gezichtspunt 
VERHUIZING

Eva Roos is arts-onderzoeker en patholoog

in opleiding bij Amsterdam UMC

Foto: Mark Horn

M

opperend sta ik aan de obductietafel. Niet om een obductie te doen, maar om een chirurgisch preparaat uit te snijden. Het preparaat moet uiteindelijk worden bewerkt tot heel dungesneden weefsel om het onder de microscoop te kunnen beoordelen.

Normaal gesproken doen we dit werk niet in de obductieruimte. Die is nu voor de gelegenheid volledig omgebouwd en ziet eruit als een militaire noodhospitaaltent. Waar tot vorige week ons oude maar vertrouwde lab was, inclusief uitsnijkamer, waar alles soepel ging, staat nu een wirwar van groene verhuiskisten en worden apparaten van tienduizenden euro’s door verhuizers het pand uit getakeld. Aan de andere kant van de snelweg wacht een spiksplinternieuw lab.

De meeste mensen, ook dokters, weten niet zo goed wat er precies gebeurt op de afdeling Pathologie. Je neemt een biopt van een tumor, je opereert een darm, je stuurt het weefsel op naar ‘de pathologie’ en na een tijdje komt er een diagnose. Een beetje alsof je een vraag aan ChatGPT stelt. Je schrijft de gevleugelde woorden “wat is dit?” op het aanvraagformulier en floep! – een paar dagen later heb je een antwoord. 

Maar net als op een verpleegafdeling is het mensenwerk. Zonder analisten die biopten en operatiepreparaten bewerken in een laboratorium komt het weefsel überhaupt nooit onder de microscoop terecht bij een patholoog, die de diagnose kan stellen. 

Op het moment dat een heel laboratorium verhuist kun je moeilijk zeggen: “Jongens, we gaan er een maand tussenuit.” Patiënten en hun klinische dokters hebben diagnoses nodig. Zonder diagnose geen behandelplan, tenslotte. De grootste uitdaging van de verhuizing is dan ook het werk te laten doorgaan, terwijl de benodigde spullen in verhuisdozen over de snelweg worden gereden.

Maar het is gelukt hoor. Twee dagen na het eerste deel van de verhuizing staat iedereen wat onwennig in het nieuwe lab. Het werk is ondanks de chaos gewoon doorgegaan. Het ergste is achter de rug. Alleen de uitsnijkamer verhuist over een paar weken nog naar een nieuw gebouw. Dus zal ik ook de komende tijd nog staan mopperen in de kelder, omdat ik niet weet waar de mesjes liggen. Gelukkig zijn de analisten er om me te helpen. 

JANUS  •  populair-wetenschappelijk tijdschrift Amsterdam UMC 

Eva Roos is arts-onderzoeker en patholoog

in opleiding bij Amsterdam UMC

Foto: Mark Horn

JANUS • populair-wetenschappelijk tijdschrift
gezichtspunt 
VERHUIZING
M

opperend sta ik aan de obductietafel. Niet om een obductie te doen, maar om een chirurgisch preparaat uit te snijden. Het preparaat moet uiteindelijk worden bewerkt tot heel dungesneden weefsel om het onder de microscoop te kunnen beoordelen.

Normaal gesproken doen we dit werk niet in de obductieruimte. Die is nu voor de gelegenheid volledig omgebouwd en ziet eruit als een militaire noodhospitaaltent. Waar tot vorige week ons oude maar vertrouwde lab was, inclusief uitsnijkamer, waar alles soepel ging, staat nu een wirwar van groene verhuiskisten en worden apparaten van tienduizenden euro’s door verhuizers het pand uit getakeld. Aan de andere kant van de snelweg wacht een spiksplinternieuw lab.

De meeste mensen, ook dokters, weten niet zo goed wat er precies gebeurt op de afdeling Pathologie. Je neemt een biopt van een tumor, je opereert een darm, je stuurt het weefsel op naar ‘de pathologie’ en na een tijdje komt er een diagnose. Een beetje alsof je een vraag aan ChatGPT stelt. Je schrijft de gevleugelde woorden “wat is dit?” op het aanvraagformulier en floep! – een paar dagen later heb je een antwoord. 

Maar net als op een verpleegafdeling is het mensenwerk. Zonder analisten die biopten en operatiepreparaten bewerken in een laboratorium komt het weefsel überhaupt nooit onder de microscoop terecht bij een patholoog, die de diagnose kan stellen. 

Op het moment dat een heel laboratorium verhuist kun je moeilijk zeggen: “Jongens, we gaan er een maand tussenuit.” Patiënten en hun klinische dokters hebben diagnoses nodig. Zonder diagnose geen behandelplan, tenslotte. De grootste uitdaging van de verhuizing is dan ook het werk te laten doorgaan, terwijl de benodigde spullen in verhuisdozen over de snelweg worden gereden.

Maar het is gelukt hoor. Twee dagen na het eerste deel van de verhuizing staat iedereen wat onwennig in het nieuwe lab. Het werk is ondanks de chaos gewoon doorgegaan. Het ergste is achter de rug. Alleen de uitsnijkamer verhuist over een paar weken nog naar een nieuw gebouw. Dus zal ik ook de komende tijd nog staan mopperen in de kelder, omdat ik niet weet waar de mesjes liggen. Gelukkig zijn de analisten er om me te helpen.