Hoogvlieger

‘Poëzie behoudt de verwondering’

Van metadata tot metafoor

Tekst: Lara Geeurickx Foto: Mark Horn

“Patronen zoeken in grote datasets.” Zo vat bio-informaticus Tessa Zonneveld haar werk samen. “Ik zoek naar causale verbanden tussen mentale en cardiovasculaire ziekten. Door er code op los te laten komt uit alle gegevens iets nieuws bovendrijven, iets wat je met het blote oog nooit zou zien. Die puzzel vind ik interessant.”

Het is de rode draad in al haar werk, als promovendus, als genetisch epidemioloog in spe en als wetenschapsdichter: puzzelen. “Daarom vond ik Latijn en Grieks zo interessant op school, je moest op zoek naar woordverbanden om tot een vertaling te komen.” Tijdens haar opleiding leerde ze en passant Arabisch. “Dat het een ander alfabet heeft, gaf nog een element extra.”

Die liefde voor taal, of voor taalpuzzels, leidde haar via online communities naar een cursus ‘wetenschapspoëzie’ aan Edinburgh Napier University. “In Nederland is deze vorm van wetenschapscommunicatie nog niet zo bekend, maar internatio­naal is het een groeiend fenomeen. Anders dan in een paper draait het in poëzie om je beleving als onderzoeker. Je zoekt naar het beeld dat je bevindingen oproepen, of kiest een interessant detail dat je weergeeft met een metafoor. Het gaat niet om exacte gegevens, al vindt de wetenschapper in mij wel dat die metafoor moet kloppen.”

Haar ‘officiële antwoord’ op de vraag waarom ze gedichten schrijft: “Iedereen heeft het recht om te leren over wetenschap. Het jargon dat we als onderzoekers hanteren is te ingewikkeld. Poëzie is een andere manier om de impact van je bevindingen over te brengen op een groter publiek.” Haar persoonlijke antwoord is: “Het is superleuk om iets ingewikkelds zo in één beeld te kunnen vangen dat je er bijna verliefd op wordt. Mij geeft het rust. Het zorgt ervoor dat ik niet verdrink in de details waar ik dagelijks mee bezig ben. Het helpt me om met meer afstand en tegelijk met meer gevoel naar mijn werk te kijken. Het houdt de verwondering erin.”

JANUS  •  populair-wetenschappelijk tijdschrift Amsterdam UMC 

“Patronen zoeken in grote datasets.” Zo vat bio-informaticus Tessa Zonneveld haar werk samen. “Ik zoek naar causale verbanden tussen mentale en cardiovasculaire ziekten. Door er code op los te laten komt uit alle gegevens iets nieuws bovendrijven, iets wat je met het blote oog nooit zou zien. Die puzzel vind ik interessant.”

Het is de rode draad in al haar werk, als promovendus, als genetisch epidemioloog in spe en als wetenschapsdichter: puzzelen. “Daarom vond ik Latijn en Grieks zo interessant op school, je moest op zoek naar woordverbanden om tot een vertaling te komen.” Tijdens haar opleiding leerde ze en passant Arabisch. “Dat het een ander alfabet heeft, gaf nog een element extra.”

Die liefde voor taal, of voor taalpuzzels, leidde haar via online communities naar een cursus ‘wetenschapspoëzie’ aan Edinburgh Napier University. “In Nederland is deze vorm van wetenschapscommunicatie nog niet zo bekend, maar internatio­naal is het een groeiend fenomeen. Anders dan in een paper draait het in poëzie om je beleving als onderzoeker. Je zoekt naar het beeld dat je bevindingen oproepen, of kiest een interessant detail dat je weergeeft met een metafoor. Het gaat niet om exacte gegevens, al vindt de wetenschapper in mij wel dat die metafoor moet kloppen.”

Haar ‘officiële antwoord’ op de vraag waarom ze gedichten schrijft: “Iedereen heeft het recht om te leren over wetenschap. Het jargon dat we als onderzoekers hanteren is te ingewikkeld. Poëzie is een andere manier om de impact van je bevindingen over te brengen op een groter publiek.” Haar persoonlijke antwoord is: “Het is superleuk om iets ingewikkelds zo in één beeld te kunnen vangen dat je er bijna verliefd op wordt. Mij geeft het rust. Het zorgt ervoor dat ik niet verdrink in de details waar ik dagelijks mee bezig ben. Het helpt me om met meer afstand en tegelijk met meer gevoel naar mijn werk te kijken. Het houdt de verwondering erin.”

‘Poëzie behoudt de verwondering’

Tekst: Lara Geeurickx Foto: Mark Horn

Van metadata tot metafoor

Hoogvlieger
JANUS • populair-wetenschappelijk tijdschrift