Cijfer
Meer dan 36.000
Nederlanders leven met Multiple Sclerose (MS). Dat is twee keer zoveel als tot voor kort werd aangenomen. Een eerste indicatie van deze hogere prevalentie kwam in 2020 naar voren uit Project Y, een onderzoek onder mensen die geboren zijn in 1966. Verwacht werd dat er in die groep 250 mensen met MS zouden zijn, maar dat waren er 446. Met steun van de MS Vereniging Nederland zijn de cijfers daarna opnieuw onderzocht. Op basis daarvan schatten de onderzoekers van het MS Centrum Amsterdam (Amsterdam UMC), Nivel en Rijnstate nu dat er in Nederland geen 18.000 maar meer dan 36.000 MS-patiënten zijn. Een belangrijk verschil zit in het aantal MS-patiënten dat geregistreerd staat bij huisartsen en het aantal dat geregistreerd staat in ziekenhuizen. Patiënten met een mildere of vergevorderde vorm van MS worden vaak niet door een neuroloog in het ziekenhuis behandeld, vandaar dat het aantal geregistreerde patiënten daar lager is. Naast de verbeterde registratie heeft ook het eerder stellen van de diagnose, onder andere door aanpassingen in de diagnostische criteria en de beschikbaarheid van effectievere behandelingen, bijgedragen aan de hogere schattingen. Meer patiënten betekent dat er ook meer zorgverleners nodig zijn met expertise op het vlak van MS.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Multiple Sclerosis and Related Disorders.

Judith Huirne
Foto: Marieke de Lorijn
Publicatie
Belangrijke stap naar behandeling adenomyose
Adenomyose is een aandoening waar 1 op 5 vrouwen in de vruchtbare leeftijd mee te maken krijgt. Het gaat gepaard met hevige en pijnlijke menstruaties en verhoogt de kans op onvruchtbaarheid, miskramen en vroeggeboorte. “De huidige behandelingen – met hormonen, pijnstillers of door middel van een baarmoederverwijdering – zijn gericht op het verminderen van symptomen. Er is nog geen gerichte effectieve behandeling waarmee de onderliggende oorzaak wordt aangepakt”, zegt Judith Huirne, hoogleraar Benigne gynaecologie. Nieuw onderzoek van Amsterdam UMC kan daartoe wel een belangrijke stap zijn. “Wij hebben laten zien dat abnormale vaatnieuwvorming een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en verergeren van adenomyose”, zegt Huirne. “Vervolgens hebben we een nieuw, niet-hormonaal medicijn getest bij muizen, om te onderzoeken of dit middel abnormale vaatnieuwvorming en adenomyose kan tegengaan. We zagen dat bij muizen die behandeld waren met het nieuwe medicijn ernstige adenomyose inderdaad werd voorkomen." De resultaten zijn gepubliceerd in Angiogenesis. De onderzoekers benadrukken het belang van verder onderzoek om het middel in de toekomst geschikt te kunnen maken voor toepassing bij mensen.

Foto: Shutterstock
Zorg en onderzoek
Post-covid-expertisecentra geopend
Op 1 februari 2025 openden de eerste post-covid-expertisecentra voor kinderen hun deuren in Amsterdam UMC, Maastricht UMC+ en UMC Utrecht. De centra richten zich specifiek op kinderen en jongeren met langdurige klachten na een covid-19-infectie. Door de gebundelde expertise van de umc’s op het gebied van zorg, onderzoek en onderwijs krijgen kinderen uit heel Nederland toegang tot diagnostiek en behandelingen volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten. Volwassenen met post-covid-klachten konden al sinds november 2024 terecht in de post-covid-expertisecentra in Amsterdam UMC, Erasmus MC en Maastricht UMC+. Patiënten worden naar de expertisecentra verwezen door hun huisarts.
Quote
‘Er gaat bedroevend weinig budget naar pijnonderzoek’
Dat stelt Monique Steegers, hoogleraar Pijn- en palliatieve geneeskunde bij Amsterdam UMC, in een interview in Het Parool (10 januari jl.). Terwijl veel mensen in Nederland leven met pijn, zegt ze: “We gingen altijd uit van 20 procent, maar nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat het een kwart is. Drieënhalf miljoen volwassenen ongeveer. De pijnklachten lopen sterk uiteen, maar de meeste gaan over de rug.” Vrouwen lijden twee keer zo vaak aan langdurige pijn als mannen. Logisch, zegt Steegers, “vrouwen hebben meer pijnzenuwen en die zijn verspreid door hun hele lichaam.” Pijn is complexe en veelzijdige problematiek, stelt ze, “doordat het een gevoel, een symptoom en een ziekte op zich is.” Pijngeneeskunde is een jong vakgebied waar bovendien weinig geld naar uitgaat: “Politiek gezien is het duidelijk ook te groot en te veel. Het probleem staat niet bij één ministerie geparkeerd, omdat de kosten die ermee gepaard gaan niet alleen zorgkosten zijn." Als hoogleraar wil ze dan ook meer aandacht voor pijn genereren, met name voor pijn bij vrouwen. “En ik wil de kennis die we hebben, en dat is best veel, beter verspreiden en doorgeven via onderwijs.”
Publicatie
PTSS en hart- en vaatziekten gelinkt
Mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben meer kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Waarom dit zo is, was tot nu toe onbekend. Onderzoekers van Amsterdam UMC en Yale University analyseerden het DNA van meer dan een miljoen mensen. Zij concludeerden dat de genetische aanleg voor PTSS deels hetzelfde is als de genetische aanleg voor hart- en vaatziekten, zoals hartfalen, hoge bloeddruk en kransslagaderaandoeningen. Verder zijn er sterke aanwijzingen dat PTSS ook oorzakelijk het risico op hart- en vaatziekten, en dan met name kransslagaderaandoeningen, verhoogt. Deze oorzakelijke effecten waren gedeeltelijk – maar niet volledig – toe te schrijven aan slaapproblemen, overmatig alcoholgebruik, roken en verhoogde ontstekingswaarden in het bloed.
De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Translational Psychiatry.

Tessa Roseboom
Foto: Marieke de Lorijn
Onderzoek
Lessen uit de Hongerwinter
Zo’n 2.500 geboortedossiers uit de winter van 1944/1945 werden begin jaren 90 gevonden op de zolder van het toenmalige Wilhelmina Gasthuis. Het was het begin van het Hongerwinteronderzoek van Amsterdam UMC, waarvoor de baby’s van toen op latere leeftijd zijn gevolgd om de gezondheidseffecten van ondervoeding vast te stellen. Die blijken groot te zijn, met name als er sprake was van ondervoeding in de vroege zwangerschap. Het onderzoek wordt nu afgesloten, na ruim 30 jaar, meer dan 10 promoties en meer dan 100 wetenschappelijke artikelen. Veel belangrijke lessen zijn geleerd op het gebied van onder andere diabetes, hart- en vaatziekten, long- en nieraandoeningen, mentale gevolgen en hersenontwikkeling, zegt onderzoeksleider Tessa Roseboom. Met die kennis blijft ze het belang van de eerste 1.000 dagen vanaf de conceptie onderstrepen, ook in haar rol van Future Generations Commissioner. “Helaas zijn er nog steeds kinderen die niet de kans krijgen hun potentieel te ontwikkelen door ondervoeding of oorlog. Wij weten nu dat dit decennialange gevolgen gaat hebben voor de gezondheid van mensen en voor hun kansen om mee te doen aan de maatschappij.”
De onderzoekers vertellen meer over de resultaten van het Hongerwinteronderzoek in deze video. •
Cijfer
Meer dan 36.000
Nederlanders leven met Multiple Sclerose (MS). Dat is twee keer zoveel als tot voor kort werd aangenomen. Een eerste indicatie van deze hogere prevalentie kwam in 2020 naar voren uit Project Y, een onderzoek onder mensen die geboren zijn in 1966. Verwacht werd dat er in die groep 250 mensen met MS zouden zijn, maar dat waren er 446. Met steun van de MS Vereniging Nederland zijn de cijfers daarna opnieuw onderzocht. Op basis daarvan schatten de onderzoekers van het MS Centrum Amsterdam (Amsterdam UMC), Nivel en Rijnstate nu dat er in Nederland geen 18.000 maar meer dan 36.000 MS-patiënten zijn. Een belangrijk verschil zit in het aantal MS-patiënten dat geregistreerd staat bij huisartsen en het aantal dat geregistreerd staat in ziekenhuizen. Patiënten met een mildere of vergevorderde vorm van MS worden vaak niet door een neuroloog in het ziekenhuis behandeld, vandaar dat het aantal geregistreerde patiënten daar lager is. Naast de verbeterde registratie heeft ook het eerder stellen van de diagnose, onder andere door aanpassingen in de diagnostische criteria en de beschikbaarheid van effectievere behandelingen, bijgedragen aan de hogere schattingen. Meer patiënten betekent dat er ook meer zorgverleners nodig zijn met expertise op het vlak van MS.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Multiple Sclerosis and Related Disorders.

Judith Huirne
Foto: Marieke de Lorijn
Publicatie
Belangrijke stap naar behandeling adenomyose
Adenomyose is een aandoening waar 1 op 5 vrouwen in de vruchtbare leeftijd mee te maken krijgt. Het gaat gepaard met hevige en pijnlijke menstruaties en verhoogt de kans op onvruchtbaarheid, miskramen en vroeggeboorte. “De huidige behandelingen – met hormonen, pijnstillers of door middel van een baarmoederverwijdering – zijn gericht op het verminderen van symptomen. Er is nog geen gerichte effectieve behandeling waarmee de onderliggende oorzaak wordt aangepakt”, zegt Judith Huirne, hoogleraar Benigne gynaecologie. Nieuw onderzoek van Amsterdam UMC kan daartoe wel een belangrijke stap zijn. “Wij hebben laten zien dat abnormale vaatnieuwvorming een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en verergeren van adenomyose”, zegt Huirne. “Vervolgens hebben we een nieuw, niet-hormonaal medicijn getest bij muizen, om te onderzoeken of dit middel abnormale vaatnieuwvorming en adenomyose kan tegengaan. We zagen dat bij muizen die behandeld waren met het nieuwe medicijn ernstige adenomyose inderdaad werd voorkomen." De resultaten zijn gepubliceerd in Angiogenesis. De onderzoekers benadrukken het belang van verder onderzoek om het middel in de toekomst geschikt te kunnen maken voor toepassing bij mensen.
Foto: Shutterstock

Zorg en onderzoek
Post-covid-expertisecentra geopend
Op 1 februari 2025 openden de eerste post-covid-expertisecentra voor kinderen hun deuren in Amsterdam UMC, Maastricht UMC+ en UMC Utrecht. De centra richten zich specifiek op kinderen en jongeren met langdurige klachten na een covid-19-infectie. Door de gebundelde expertise van de umc’s op het gebied van zorg, onderzoek en onderwijs krijgen kinderen uit heel Nederland toegang tot diagnostiek en behandelingen volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten. Volwassenen met post-covid-klachten konden al sinds november 2024 terecht in de post-covid-expertisecentra in Amsterdam UMC, Erasmus MC en Maastricht UMC+. Patiënten worden naar de expertisecentra verwezen door hun huisarts.

Onderzoek
Lessen uit de Hongerwinter
Zo’n 2.500 geboortedossiers uit de winter van 1944/1945 werden begin jaren 90 gevonden op de zolder van het toenmalige Wilhelmina Gasthuis. Het was het begin van het Hongerwinteronderzoek van Amsterdam UMC, waarvoor de baby’s van toen op latere leeftijd zijn gevolgd om de gezondheidseffecten van ondervoeding vast te stellen. Die blijken groot te zijn, met name als er sprake was van ondervoeding in de vroege zwangerschap. Het onderzoek wordt nu afgesloten, na ruim 30 jaar, meer dan 10 promoties en meer dan 100 wetenschappelijke artikelen. Veel belangrijke lessen zijn geleerd op het gebied van onder andere diabetes, hart- en vaatziekten, long- en nieraandoeningen, mentale gevolgen en hersenontwikkeling, zegt onderzoeksleider Tessa Roseboom. Met die kennis blijft ze het belang van de eerste 1.000 dagen vanaf de conceptie onderstrepen, ook in haar rol van Future Generations Commissioner. “Helaas zijn er nog steeds kinderen die niet de kans krijgen hun potentieel te ontwikkelen door ondervoeding of oorlog. Wij weten nu dat dit decennialange gevolgen gaat hebben voor de gezondheid van mensen en voor hun kansen om mee te doen aan de maatschappij.”
De onderzoekers vertellen meer over de resultaten van het Hongerwinteronderzoek in deze video. •
Publicatie
PTSS en hart- en vaatziekten gelinkt
Mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben meer kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Waarom dit zo is, was tot nu toe onbekend. Onderzoekers van Amsterdam UMC en Yale University analyseerden het DNA van meer dan een miljoen mensen. Zij concludeerden dat de genetische aanleg voor PTSS deels hetzelfde is als de genetische aanleg voor hart- en vaatziekten, zoals hartfalen, hoge bloeddruk en kransslagaderaandoeningen. Verder zijn er sterke aanwijzingen dat PTSS ook oorzakelijk het risico op hart- en vaatziekten, en dan met name kransslagaderaandoeningen, verhoogt. Deze oorzakelijke effecten waren gedeeltelijk – maar niet volledig – toe te schrijven aan slaapproblemen, overmatig alcoholgebruik, roken en verhoogde ontstekingswaarden in het bloed.
De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Translational Psychiatry.
Quote
‘Er gaat bedroevend weinig budget naar pijnonderzoek’
Dat stelt Monique Steegers, hoogleraar Pijn- en palliatieve geneeskunde bij Amsterdam UMC, in een interview in Het Parool (10 januari jl.). Terwijl veel mensen in Nederland leven met pijn, zegt ze: “We gingen altijd uit van 20 procent, maar nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat het een kwart is. Drieënhalf miljoen volwassenen ongeveer. De pijnklachten lopen sterk uiteen, maar de meeste gaan over de rug.” Vrouwen lijden twee keer zo vaak aan langdurige pijn als mannen. Logisch, zegt Steegers, “vrouwen hebben meer pijnzenuwen en die zijn verspreid door hun hele lichaam.” Pijn is complexe en veelzijdige problematiek, stelt ze, “doordat het een gevoel, een symptoom en een ziekte op zich is.” Pijngeneeskunde is een jong vakgebied waar bovendien weinig geld naar uitgaat: “Politiek gezien is het duidelijk ook te groot en te veel. Het probleem staat niet bij één ministerie geparkeerd, omdat de kosten die ermee gepaard gaan niet alleen zorgkosten zijn." Als hoogleraar wil ze dan ook meer aandacht voor pijn genereren, met name voor pijn bij vrouwen. “En ik wil de kennis die we hebben, en dat is best veel, beter verspreiden en doorgeven via onderwijs.”
Tessa Roseboom
Foto: Marieke de Lorijn