centraal als dat moet

‘Samenwerken is communiceren met respect’
De oncologische zorg in Noord-Holland en Flevoland is regionaal georganiseerd in OncoNoVo+. Het is één van zeven regionale netwerken in Nederland, die elkaar nu ook landelijk versterken in een nieuw samenwerkingsverband: Oncologienetwerken Nederland.
Tekst: Rob Buiter • Foto: Shutterstock
iet meer onnodig het halve land doorreizen. Geen dubbel werk meer. En ook: veel efficiënter onderzoek met meer deelnemende patiënten. Dat zijn enkele belangrijke voordelen die oncologisch chirurg Geert Kazemier, bestuursvoorzitter van het Cancer Center Amsterdam, benoemt als hij het heeft over OncoNoVo+. Het netwerk voor oncologische zorg, een samenwerking van dertien ziekenhuizen in Noord-Holland en Flevoland, is eind 2023 opgericht. “Niet dat we voorheen zoveel dubbel of inefficiënt werk deden”, haast Kazemier zich te zeggen. “Het is vooral dat we door deze samenwerking formeel maken wat informeel al het gebruik was geworden.”
Strak geregeld
In OncoNoVo+ – een creatief acroniem voor Noord-Holland en Flevoland, met een plus voor eventuele ziekenhuizen daarbuiten – leggen de deelnemende ziekenhuizen afspraken vast over het stroomlijnen van de oncologische zorg. “Dat kan bijvoorbeeld gaan over de manier waarop bepaalde scans worden gemaakt”, zo licht Kazemier toe. “Als dat in protocollen en richtlijnen wordt vastgelegd, dan zou het niet meer nodig hoeven zijn dat bepaalde scans opnieuw worden gemaakt wanneer iemand wordt doorverwezen.”
Ook dat doorverwijzen moet binnen het netwerk strak worden geregeld. Kazemier: “Vroeger kon dat nog wel eens langs oude banden van studiegenoten of andere connecties verlopen. Tegenwoordig is het glashelder bij welke specialist je dichtbij huis terecht kunt voor welke oncologische zorg, en voor welke zorg je naar een gespecialiseerd centrum verder weg moet worden verwezen. Ook díe samenwerking is geformaliseerd en daarmee niet meer afhankelijk van persoonlijke banden van een arts, die op een gegeven moment ook weer met pensioen gaat.”
Sinds de herfst van 2024 wordt OncoNoVo+ geleid door gastro-intestinaal chirurg Michael Gerhards van OLVG. “De uitdaging van dit netwerk is om tussen alle historische connecties en ‘traditionele manieren van werken’ het grote verband te blijven zien”, zegt Gerhards.
“We kunnen wel heel makkelijk zeggen dat bepaalde zorg in de regio geconcentreerd moet worden, omdat er anders door de betrokken zorgverleners te weinig ervaring wordt opgedaan en de klinische resultaten eronder gaan lijden, maar dan ga je voorbij aan een mogelijk cascade-effect. Zeker, volume en kwaliteit

Michael Gerhards - Foto: OLVG
van zorg zijn gerelateerd. Maar wanneer de behandeling van relatief zeldzame tumoren bij een bepaald ziekenhuis weg zou worden gehaald, kan dat betekenen dat dit ziekenhuis op een gegeven moment ook geen acute ontstekingen of goedaardige aandoeningen van dat specifieke orgaan meer kan behandelen. We moeten dus aan de ene kant heel goed oog houden voor de uitkomsten: wat zijn de best haalbare medische resultaten van onze behandelingen? Maar ondertussen moeten we ook dat grotere plaatje niet vergeten”, aldus Gerhards.
Binnen het netwerk OncoNoVo+ wordt een kwart van alle oncologische zorg in Nederland georganiseerd. “Dat maakt de zorg mogelijk ook kwetsbaar, wanneer te veel taken in te weinig centra worden geconcentreerd. Uiteindelijk”, zegt de voorzitter, “draait het allemaal om transparantie en goede communicatie, met respect voor ieders staat van dienst. Dat kost tijd, zeker wanneer ziekenhuizen bepaalde zorg voortaan aan collega’s moeten laten.”
Heeft Gerhards daarmee het gevoel dat hij als voorzitter een kruiwagen met kikkers voor zich uitduwt? “Welnee”, antwoordt hij met een dikke lach. “Met de juiste dosis overleg ziet iedereen de meerwaarde voor de patiënt van deze samenwerking.”
Onderzoek profiteert
Al met al moet de zorg voor patiënten met kanker een stuk ‘klantvriendelijker’ worden, stelt Kazemier. “Voor de meeste tumortypen hebben we al uitgewerkt en vastgelegd wie wat doet en hoe we gaan samenwerken. Dat betekent uiteraard niet dat we alles nu in steen beitelen en nooit meer aanpassen. Technieken veranderen en daarmee de zorg ook, dus ook de samenwerking moet steeds worden geoptimaliseerd. Maar in grote lijnen denken we dat we patiënten door OncoNoVo+ veel sneller en dichter bij huis kunnen helpen. Andersom kunnen we ook onnodige zorg voorkomen.”
Niet alleen de patiënt heeft baat bij de beter gestroomlijnde samenwerking, benadrukt Kazemier, ook het onderzoek zal profiteren; al wil hij dat onderscheid niet zo strikt maken. “Onderzoek gaat feitelijk natuurlijk over de patiënt van de toekomst. Veel onderzoek wordt vanuit academische centra zoals Amsterdam UMC gecoördineerd. Maar als we de samenwerking met de regionale ziekenhuizen beter opzetten, kunnen we ook sneller aan voldoende deelnemers voor een bepaald onderzoek komen. Patiënten met vergevorderde stadia van dikkedarmkanker bijvoorbeeld zien we wel in ons universitair medisch centrum. Maar als we onderzoek willen doen naar de rol van darmpoliepen in het ontstaan van kanker, zijn we afhankelijk van de ziekenhuizen waar die poliepen het meest worden gezien en dat is niet in een umc. Ook die samenwerking is in deze overeenkomst gestroomlijnd.”
Geert Kazemier
Foto: Anita Edridge

OncoNoVo+ is één van de zeven grote regionale verbanden die in Nederland zijn opgezet om de oncologische zorg te verbeteren. Dat betekent volgens Kazemier niet dat álle zorg voor patiënten met kanker nu regionaal kan worden geregeld. “Voor bepaalde, minder voorkomende vormen van kanker, zoals retinoblastoom bij kinderen, of galwegkanker, zullen we in Amsterdam UMC nog steeds mensen uit heel Nederland blijven zien. Andersom zullen andere umc's ook bepaalde specialismen behouden. Maar alles wat dichtbij de patiënt geregeld kan worden, moeten we ook zo regelen.”
Meer weten? Bekijk hier het video-interview met Geert Kazemier over de toekomst van de kankerzorg in Nederland.
Landelijk netwerk
De zeven regionale samenwerkingsverbanden zijn sinds afgelopen zomer verenigd in een landelijk verband: Oncologienetwerken Nederland. Kazemier is de initiatiefnemer en eerste voorzitter van dat netwerk. “Het doel is niet om de samenwerking landelijk te organiseren in plaats van regionaal. Al was het maar omdat vergaderingen met ruim zeventig ziekenhuizen simpelweg onbeheersbaar zouden worden. Wat we wél beogen is het bieden van een platform voor vergelijkbare problemen waar we in de verschillende regio’s tegenaan lopen. Iedere regio heeft zo zijn eigen specifieke kenmerken. Maar stel dat – ik noem maar wat – zowel Goes als Den Helder tegen problemen aanlopen met de bereikbaarheid voor patiënten in hun werkgebied, dan kunnen we in het landelijke netwerk ervaringen uitwisselen over bijvoorbeeld samenwerking met regionale vervoerders. De concentratie of spreiding van patiënten is een zaak voor de regio’s, volgens het Integraal Zorgakkoord. Maar de grootste gemene deler van praktische problemen, die kunnen we in het landelijke overleg oplossen”, aldus Kazemier. “Daarbij is ons motto: samen leren en verbeteren.”

Hermien Schreurs
(eigen foto)
Oncologisch chirurg Hermien Schreurs is vicevoorzitter van OncoNoVo+. Daarnaast is zij ook medisch manager van het oncologisch centrum van Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar. “Die verschillende verantwoordelijkheden, als chirurg, als bestuurder en als vicevoorzitter kunnen wel eens schuren”, erkent Schreurs. “Vanuit de regionale samenwerking moet je soms pleiten voor het inleveren van verantwoordelijkheden die je als bestuurder misschien niet wilt missen. Maar het draait hoe dan ook om de kwaliteit, bereikbaarheid en effectiviteit van de zorg.”
Vanuit het Integraal Zorgakkoord is een vijftal tumoren aangewezen in een eerste tranche waarvoor de samenwerking moet worden vormgegeven. Schreurs: “Het niercelcarcinoom is er een van. Het is duidelijk dat hiervoor concentratie moet plaatsvinden, maar het gaat in dat geval niet om enorme aantallen. Ik verwacht dan ook dat we daar relatief eenvoudig uit moeten komen met alle partijen. Daarmee hebben we meteen een goede testcase voor de reorganisatie bij andere tumorsoorten, die mogelijk wel wat meer pijn gaan doen in sommige organisaties.”
“Uiteindelijk”, zo stelt Schreurs, “moeten we gewoon in gesprek met elkaar. Waar zitten de bedreigingen, waar zitten de belangen, maar op de eerste plaats: waar kunnen we de zorg verder verbeteren? Zeker, we hebben nog heel veel te doen. Maar dankzij de goede organisatie van een regiobureau, met Anke Serrarens als manager, kunnen we zeker winst behalen.” •
centraal als dat moet

De oncologische zorg in Noord-Holland en Flevoland is regionaal georganiseerd in OncoNoVo+. Het is één van zeven regionale netwerken in Nederland, die elkaar nu ook landelijk versterken in een nieuw samenwerkingsverband: Oncologienetwerken Nederland.
Tekst: Rob Buiter • Foto: Shutterstock
iet meer onnodig het halve land doorreizen. Geen dubbel werk meer. En ook: veel efficiënter onderzoek met meer deelnemende patiënten. Dat zijn enkele belangrijke voordelen die oncologisch chirurg Geert Kazemier, bestuursvoorzitter van het Cancer Center Amsterdam, benoemt als hij het heeft over OncoNoVo+. Het netwerk voor oncologische zorg, een samenwerking van dertien ziekenhuizen in Noord-Holland en Flevoland, is eind 2023 opgericht. “Niet dat we voorheen zoveel dubbel of inefficiënt werk deden”, haast Kazemier zich te zeggen. “Het is vooral dat we door deze samenwerking formeel maken wat informeel al het gebruik was geworden.”
Strak geregeld
In OncoNoVo+ – een creatief acroniem voor Noord-Holland en Flevoland, met een plus voor eventuele ziekenhuizen daarbuiten – leggen de deelnemende ziekenhuizen afspraken vast over het stroomlijnen van de oncologische zorg. “Dat kan bijvoorbeeld gaan over de manier waarop bepaalde scans worden gemaakt”, zo licht Kazemier toe. “Als dat in protocollen en richtlijnen wordt vastgelegd, dan zou het niet meer nodig hoeven zijn dat bepaalde scans opnieuw worden gemaakt wanneer iemand wordt doorverwezen.”
Ook dat doorverwijzen moet binnen het netwerk strak worden geregeld. Kazemier: “Vroeger kon dat nog wel eens langs oude banden van studiegenoten of andere connecties verlopen. Tegenwoordig is het glashelder bij welke specialist je dichtbij huis terecht kunt voor welke oncologische zorg, en voor welke zorg je naar een gespecialiseerd centrum verder weg moet worden verwezen. Ook díe samenwerking is geformaliseerd en daarmee niet meer afhankelijk van persoonlijke banden van een arts, die op een gegeven moment ook weer met pensioen gaat.”
‘Samenwerken is communiceren
met respect’
Sinds de herfst van 2024 wordt OncoNoVo+ geleid door gastro-intestinaal chirurg Michael Gerhards van OLVG. “De uitdaging van dit netwerk is om tussen alle historische connecties en ‘traditionele manieren van werken’ het grote verband te blijven zien”, zegt Gerhards.
“We kunnen wel heel makkelijk zeggen dat bepaalde zorg in de regio geconcentreerd moet worden, omdat er anders door de betrokken zorgverleners te weinig ervaring wordt opgedaan en de klinische resultaten eronder gaan lijden, maar dan ga je voorbij aan een mogelijk cascade-effect. Zeker, volume en kwaliteit van zorg zijn gerelateerd. Maar wanneer de behandeling van relatief zeldzame tumoren bij een bepaald ziekenhuis weg zou worden gehaald, kan dat betekenen dat dit ziekenhuis op een gegeven moment ook geen acute ontstekingen of goedaardige aandoeningen van dat specifieke orgaan meer kan behandelen. We moeten dus aan de ene kant heel goed oog houden voor de uitkomsten: wat zijn de best haalbare medische resultaten van onze behandelingen? Maar ondertussen moeten we ook dat grotere plaatje niet vergeten”, aldus Gerhards.
Binnen het netwerk OncoNoVo+ wordt een kwart van alle oncologische zorg in Nederland georganiseerd. “Dat maakt de zorg mogelijk ook kwetsbaar, wanneer te veel taken in te weinig centra worden geconcentreerd. Uiteindelijk”, zegt de voorzitter, “draait het allemaal om transparantie en goede communicatie, met respect voor ieders staat van dienst. Dat kost tijd, zeker wanneer ziekenhuizen bepaalde zorg voortaan aan collega’s moeten laten.”
Heeft Gerhards daarmee het gevoel dat hij als voorzitter een kruiwagen met kikkers voor zich uitduwt? “Welnee”, antwoordt hij met een dikke lach. “Met de juiste dosis overleg ziet iedereen de meerwaarde voor de patiënt van deze samenwerking.”

Michael Gerhards - Foto: OLVG
Onderzoek profiteert
Al met al moet de zorg voor patiënten met kanker een stuk ‘klantvriendelijker’ worden, stelt Kazemier. “Voor de meeste tumortypen hebben we al uitgewerkt en vastgelegd wie wat doet en hoe we gaan samenwerken. Dat betekent uiteraard niet dat we alles nu in steen beitelen en nooit meer aanpassen. Technieken veranderen en daarmee de zorg ook, dus ook de samenwerking moet steeds worden geoptimaliseerd. Maar in grote lijnen denken we dat we patiënten door OncoNoVo+ veel sneller en dichter bij huis kunnen helpen. Andersom kunnen we ook onnodige zorg voorkomen.”
Niet alleen de patiënt heeft baat bij de beter gestroomlijnde samenwerking, benadrukt Kazemier, ook het onderzoek zal profiteren; al wil hij dat onderscheid niet zo strikt maken. “Onderzoek gaat feitelijk natuurlijk over de patiënt van de toekomst. Veel onderzoek wordt vanuit academische centra zoals Amsterdam UMC gecoördineerd. Maar als we de samenwerking met de regionale ziekenhuizen beter opzetten, kunnen we ook sneller aan voldoende deelnemers voor een bepaald onderzoek komen. Patiënten met vergevorderde stadia van dikkedarmkanker bijvoorbeeld zien we wel in ons universitair medisch centrum. Maar als we onderzoek willen doen naar de rol van darmpoliepen in het ontstaan van kanker, zijn we afhankelijk van de ziekenhuizen waar die poliepen het meest worden gezien en dat is niet in een umc. Ook die samenwerking is in deze overeenkomst gestroomlijnd.”

Geert Kazemier Foto: Anita Edridge
Landelijk netwerk
De zeven regionale samenwerkingsverbanden zijn sinds afgelopen zomer verenigd in een landelijk verband: Oncologienetwerken Nederland. Kazemier is de initiatiefnemer en eerste voorzitter van dat netwerk. “Het doel is niet om de samenwerking landelijk te organiseren in plaats van regionaal. Al was het maar omdat vergaderingen met ruim zeventig ziekenhuizen simpelweg onbeheersbaar zouden worden. Wat we wél beogen is het bieden van een platform voor vergelijkbare problemen waar we in de verschillende regio’s tegenaan lopen. Iedere regio heeft zo zijn eigen specifieke kenmerken. Maar stel dat – ik noem maar wat – zowel Goes als Den Helder tegen problemen aanlopen met de bereikbaarheid voor patiënten in hun werkgebied, dan kunnen we in het landelijke netwerk ervaringen uitwisselen over bijvoorbeeld samenwerking met regionale vervoerders. De concentratie of spreiding van patiënten is een zaak voor de regio’s, volgens het Integraal Zorgakkoord. Maar de grootste gemene deler van praktische problemen, die kunnen we in het landelijke overleg oplossen”, aldus Kazemier. “Daarbij is ons motto: samen leren en verbeteren.”
Meer weten? Bekijk hier het video-interview met Geert Kazemier over de toekomst van de kankerzorg in Nederland.
Oncologisch chirurg Hermien Schreurs is vicevoorzitter van OncoNoVo+. Daarnaast is zij ook medisch manager van het oncologisch centrum van Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar. “Die verschillende verantwoordelijkheden, als chirurg, als bestuurder en als vicevoorzitter kunnen wel eens schuren”, erkent Schreurs. “Vanuit de regionale samenwerking moet je soms pleiten voor het inleveren van verantwoordelijkheden die je als bestuurder misschien niet wilt missen. Maar het draait hoe dan ook om de kwaliteit, bereikbaarheid en effectiviteit van de zorg.”
Vanuit het Integraal Zorgakkoord is een vijftal tumoren aangewezen in een eerste tranche waarvoor de samenwerking moet worden vormgegeven. Schreurs: “Het niercelcarcinoom is er een van. Het is duidelijk dat hiervoor concentratie moet plaatsvinden, maar het gaat in dat geval niet om enorme aantallen. Ik verwacht dan ook dat we daar relatief eenvoudig uit moeten komen met alle partijen. Daarmee hebben we meteen een goede testcase voor de reorganisatie bij andere tumorsoorten, die mogelijk wel wat meer pijn gaan doen in sommige organisaties.”
“Uiteindelijk”, zo stelt Schreurs, “moeten we gewoon in gesprek met elkaar. Waar zitten de bedreigingen, waar zitten de belangen, maar op de eerste plaats: waar kunnen we de zorg verder verbeteren? Zeker, we hebben nog heel veel te doen. Maar dankzij de goede organisatie van een regiobureau, met Anke Serrarens als manager, kunnen we zeker winst behalen.” •
Hermien Schreurs
(eigen foto)
